In het CZO participeert de VBG in de Opleidingscommissies
van zowel de verpleegkundige vervolgopleidingen (VVO)
als de medisch ondersteunende opleidingen (MOO).
Doorgaans wordt de VBG gevraagd twee leden per commissie
ter benoeming voor te dragen. Het CZO kan besluiten
om in bepaalde commissies maar één lid met een opleidingsdeskundige
achtergrond te benoemen.
Indien een bepaalde opleiding niet tot het terrein
van de VBG behoort kan het CZO een andere organisatie
dan de VBG vragen een voordracht te doen. Het CZO
benoemt voor een periode van 3 jaar. Het CZO stelt
een rooster van aftreden op en besluit over de maximale
duur van de zittingsperiode.
De VBG zet zich er voor in dat zij alle voordrachtaanvragen
van het CZO positief beantwoordt. De VBG wil een
kwalitatief goede inbreng leveren in de CZO Opleidingscommissies.
De VBG draagt ook adviserende leden voor t.b.v. de
Kamers CZO. Dit document gaat alleen over de afgevaardigden
naar de CZO Opleidingscommissies. De VBG afgevaardigden
naar de kamer kunnen desgewenst of op uitnodiging
deelnemen aan de VBG Werkgroep CZO Afgevaardigden
(WCA).
Profielschets en eisen waaraan de afgevaardigde moet voldoen
| 1. |
De afgevaardigde
is werknemer bij een bij de VBG aangesloten opleidingsinstituut.
Dit lidinstituut verzorgt zelf de theoriecomponent
van de (vervolg)opleiding waarvoor het CZO een
Opleidingscommissie heeft ingesteld. |
| 2. |
De afgevaardigde is door opleiding
en/of ervaring opleidingsdeskundig en beschikt
minimaal over het diploma van een Lerarenopleiding
of een hiermee vergelijkbare scholing. De afgevaardigde
is op basis hiervan in staat om binnen de doelstelling
van het CZO een deskundige bijdrage te leveren
aan de taak van de CZO Opleidingscommissie. De
opleidingsdeskundigheid staat voorop. |
| 3. |
Naar het oordeel van de VBG
behoeft de afgevaardigde niet per definitie te
beschikken over een diploma van de beroepsopleiding/vervolgopleiding
waarvoor de opleidingscommissie is ingesteld.
Ook behoeft de afgevaardigde niet per definitie
werkzaam ze zijn t.b.v. de opleiding/vervolgopleiding
waarvoor de opleidingscommissie ie ingesteld. |
| 4. |
De VBG afgevaardigde is tevens
lid van de VBG Werkgroep CZO Afgevaardigden.
Deze werkgroep (WCA) komt jaarlijks tenminste
tweemaal bijeen. |
| 5. |
De afgevaardigde draagt het
VBG beleid uit en is in het geval dit beleid
(nog) ontbreekt bereid om een actieve rol in
de ontwikkeling van deze beleidsformulering te
nemen. |
| 6. |
De afgevaardigde verklaart
zich bereid om in principe aan alle verplichtingen
te voldoen die nodig zijn om als VBG afgevaardigde
een kwalitatieve bijdrage te leveren in de CZO
Opleidingscommissie. |
| 7. |
De afgevaardigde verklaart
zich bereid alle vergaderingen van de CZO Opleidingscommissie
bij te wonen voor een periode van tenminste 03
jaar vanaf het moment van de benoeming. Indien
een afgevaardigde voortijdig zijn afvaardiging
moet beëindigen doet hij/zij hiervan zo vroeg
mogelijk en schriftelijk melding aan het VBG
bestuur t.a.v. de heer Koos Desserjer; bij voorkeur
per mail kdes@doao.azm.nl |
| 8. |
Bij de beëindiging van afvaardiging
zorgt de afgevaardigde voor een overdracht naar
zijn opvolger. Zo deze niet tijdig bekend is
wordt het dossier overgedragen aan het CZO. |
| 9. |
De afgevaardigde bekleedt geen
bestuursfunctie of anderszins actieve openbare
functie in het CZO, de V&VN (inclusief de
daartoe behorende afdelingen), de NVZ of de NFU. |
| 10. |
De afvaardiging wordt ingetrokken
wanneer niet meer aan een of meerdere van bovenstaande
punten voldaan kan worden. De afgevaardigde doet
hiervan terstond schriftelijk bericht aan de
secretaris van de VBG. |
| |
|
| De procedure |
| 11. |
Nadat bekend is geworden dat
er een vacature ontstaat in een CZO Opleidingscommissie
waarvoor de VBG een kandidaat kan voordragen
treedt deze procedure in werking. |
| 12. |
Het VBG Bestuur verzoekt de
lidinstituten die de betreffende opleiding verzorgen
een kandidaat voor de vacature voor te dragen. |
| 13. |
In het verzoek van het VBG
Bestuur wordt de bestuurscontactpersoon genoemd
bij wie de voordracht binnen 04 weken moet zijn
ingediend. |
| 14. |
De schriftelijke voordracht moet tenminste voldoen aan:
• Een motivatie van de kandidaat
• Een curriculum van de kandidaat
• Een schriftelijke verklaring van de leiding van het Opleidingsinstituut waaruit blijkt dat het VBG lidinstituut de kandidaat ondersteunt en faciliteert zodat deze de taken als VBG afgevaardigde in de CZO Opleidingscommissie redelijkerwijs naar behoren kan verrichten. |
| 15. |
Het VBG Bestuur besluit wie
zij voor benoeming bij het CZO zal voordragen.
Hierbij wordt al hetgeen in dit document is gesteld
meegewogen. Daarnaast neemt het bestuur de volgende
overwegingen in haar besluitvorming mee:
• Alleen aanmeldingen van lidinstituten die aantoonbaar studenten van de betreffende
opleiding in de voorgaande twee jaren hebben opgeleid worden meegenomen.De 2
laatste aan de VBG verstrekte jaaropgaven van het aantal startende studenten
worden hierbij gevolgd.
• Het bevorderen van een zo goed mogelijke spreiding van het totale aantal afgevaardigden
over de betreffende lidinstituten. |
| 16. |
Het VBG Bestuur bericht alle betrokkenen binnen de VBG over haar besluit. |
| 17. |
Het VBG Bestuur zendt haar voordracht schriftelijk naar het Bureau CZO. Binnen de geledingen van het CZO wordt over de benoeming besloten. |